Achtergronden Juridische actualiteiten

Geen handen schudden leidt tot ontslag

Op 7 mei 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in de ontslagkwestie van de docente die geen handen meer wilde schudden van mannelijke collega’s. De docente had een tijdelijke aanstelling en heeft op de eerste schooldag kenbaar gemaakt aan alle collega’s dat zij vanwege haar geloofsovertuiging geen handen meer zou geven aan mannelijke collega’s en derden. Ze is geschorst en vervolgens voor afloop van het tijdelijk dienstverband ontslagen.

De Commissie Gelijke Behandeling had in deze zaak aangegeven dat de school werd verboden om indirect onderscheid te maken op grond van godsdienst door de eis te stellen dat docenten bij begroeten een hand moesten geven. De school waarbij de docente in dienst was, streeft een respectvolle omgang met elkaar na door het voorschrijven van een uniforme begroetingsregel eruit bestaande dat men elkaar bij gelegenheid een hand schudt. De openbare school stelde vast dat men wilde openstaan voor eenieder en het propageren van de eigen levensovertuiging, godsdienstbeschouwing of politieke voorkeur achtte de school niet gewenst.

De Centrale Raad van Beroep overweegt in de uitspraak dat de geloofsuiting waarvoor bescherming wordt verlangd zich in de openbaarheid manifesteert en dat daarbij anderen zijn betrokken, waaronder ook leerlingen, ouders en andere derden. De begroetingsregel ziet dus direct op de wijze van functievervulling zo meent de Centrale Raad van Beroep. Het belang van de openbare school, gelegen in het voorkomen van segregatie en het bevorderen van de duidelijkheid in een multiculturele schoolgemeenschap weegt in de gegeven omstandigheden zwaarder dan het door de betrokkene nagestreefde belang bij verscheidenheid, zodat de raad van oordeel is dat de voorgeschreven begroetingswijze, te weten het schudden van handen, passend en noodzakelijk is te achten. De school wordt in het gelijk gesteld en de consequentie van de uitspraak is dat de docente terecht is ontslagen. De Centrale Raad van Beroep verwijst met betrekking tot de toetsing ook naar het feit dat de school betekenis wil geven aan het openbaar karakter van de school, maar ook aan de uitleg van artikel 17 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs waarbij onder meer actief burgerschap en sociale integratie door het onderwijs dienen te worden bevorderd.

De Commissie Gelijke Behandeling had in deze zaak aangegeven dat de school werd verboden om indirect onderscheid te maken op grond van godsdienst door de eis te stellen dat docenten bij begroeten een hand moesten geven. De school waarbij de docente in dienst was, streeft een respectvolle omgang met elkaar na door het voorschrijven van een uniforme begroetingsregel eruit bestaande dat men elkaar bij gelegenheid een hand schudt. De openbare school stelde vast dat men wilde openstaan voor eenieder en het propageren van de eigen levensovertuiging, godsdienstbeschouwing of politieke voorkeur achtte de school niet gewenst.

Uitspraak d.d. 7 mei 2009, publicatie 11 mei 2009 Centrale Raad van Beroep LJN BI 2440
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BI2440

Centrale Raad van Beroep doet uitspraak in de zaak van de ontslagen docente economie, die geen handen meer wilde schudden van mannelijke collegae (Rechtspraak.nl)

Leek, 4 juni 2009