Achtergronden Juridische actualiteiten

Hoge Raad maakt duidelijk dat ook het BBA van toepassing is op groepen opdrachtgevers/-nemers

In een arbeidsrechtelijke relatie kan het zo zijn dat volgens het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) een ontslagvergunning moet worden gevraagd bij het UWV Werkbedrijf alvorens de dienstbetrekking kan worden opgezegd.
Dit BBA is van toepassing op werknemers (uitgezonderd bepaalde specifieke groepen), maar ook op diegene die persoonlijk arbeid verricht voor een ander, zoals bijvoorbeeld op basis van een opdrachtovereenkomst. Ook dan geldt een uitzondering.

Inmiddels is duidelijk dat de Hoge Raad deze laatste uitzonderingscategorie beperkt uitlegt en daarmee het bereik van het BBA ruim uitlegt. In het geval dat wordt behandeld door de Hoge Raad betrof het een Tros-radio dokter die in eerste instantie het werk bij de Tros als een soort bijbaantje verrichtte. Ten tijde van de opzegging was de arbeid niet meer van bijkomstige aard. Het BBA was in de loop ter tijd, door veranderingen bij de opdrachtnemer, van toepassing geraakt.
De Tros diende dan ook een ontslagvergunning te vragen terwijl men er van uit ging dat het om een opdrachtovereenkomst ging waarop het BBA niet van toepassing was. Een misvatting derhalve en de Hoge Raad verruimt de werking van het BBA.

LJN BT7500 Uitspraak Hoge Raad 9 december 2011
www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BT7500

Leek, 4 juni 2012