Achtergronden Juridische actualiteiten

Wijziging rechtspositie ambtenaren in zicht

Op 4 februari 2014 is het wetsvoorstel ‘Normalisering rechtspositie ambtenaren’ aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel beoogt een zo groot mogelijke eenvormigheid tussen de rechtspositie van ambtenaren en werknemers tot stand te brengen. Uitgangspunt daarbij is, dat de arbeidsverhoudingen bij de overheid uiteindelijk gelijk zouden moeten zijn aan de verhoudingen in het private bedrijfsleven, met uitzondering van die gevallen waarin er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen. Hoezo normaliseren vragen wij ons af. Zijn ambtenaren zo bijzonder?

Huidige situatie
In de huidige situatie zijn de belangrijke verschillen tussen de ambtelijke rechtspositie en de rechtspositie van werknemers de volgende: ambtenaren hebben een formeel eenzijdige aanstelling, terwijl werknemers een tweezijdige arbeidsovereenkomst hebben. Daarnaast hebben ambtenaren publiekrechtelijke rechtsbescherming bij ontslag en arbeidsgeschillen en is er voor werknemers privaatrechtelijke rechtsbescherming. Een ambtenaar kan niet alleen tegen besluiten, maar ook tegen alle handelingen ten aanzien van hem intern bezwaar aantekenen en vervolgens in beroep en hoger beroep gaan. Een werknemer kan onder het private arbeidsrecht niet in beroep gaan tegen een ontbinding of opzegging (met inachtneming van de regels van het BBA) van zijn arbeidsovereenkomst, met uitzondering van een beroep op een kennelijke onredelijke opzegging.

Beoogde situatie
Kort gezegd is de doelstelling van het wetsvoorstel ‘Normalisering rechtspositie ambtenaren’ dat de regels van het private arbeidsrecht in de toekomst ook van toepassing worden op het grootste deel van het huidige ambtenarencorps. Ambtenaren worden dus werknemers. De eenzijdige ambtelijke aanstelling en de eenzijdige vaststelling van arbeidsvoorwaarden worden vervangen door de tweezijdige arbeidsovereenkomst, waarop in de meeste gevallen een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is. Ook wordt de publiekrechtelijke rechtsbescherming tegen handelingen en besluiten ten aanzien van ambtenaren beeindigend en zal rechtsbescherming nog slechts privaatrechtelijk van karakter zijn.
(Kamerstukken II, 2010/11, 32 550, nr. 3, p.1.)

Voor welke ambtenaren
Het wetsvoorstel strekt zich niet uit tot alle ambtenaren. Er zijn ambtenaren die van de beoogde normalisering worden uitgezonderd, omdat zij ook in de toekomst hun huidige publiekrechtelijk geregelde ambtelijke rechtspositie dienen te behouden. Het gaat hierbij om: een groep van benoemde ambtsdragers (zoals ministers, staatsecretarissen, burgemeesters en de commissarissen van de Koningin); rechterlijke ambtenaren; deskundige leden en militaire leden als bedoeld in de Wet op de rechterlijke organisatie; de bij de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven werkzame leden met rechtspraak belast alsmede de daar werkzame gerechtsauditeurs; de militaire ambtenaren; de dienstplichtigen; notarissen en gerechtsdeurwaarders; de ambtenaren van de politie.

Wanneer
Op 4 februari 2014 is het wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is nu ingediend bij de Eerste Kamer ten behoeve van de schriftelijke behandeling. De beoogde datum van inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2015. Met ingang van deze datum wordt de aanstelling die voor dat tijdstip is verleend aan een ambtenaar, behoudens de uitgezonderde ambtenaren, van rechtswege omgezet in een arbeidsovereenkomst. De wijziging van de rechtspositie van ambtenaren is dus in zicht. De initiatiefnemers van het wetsvoorstel beschouwen de arbeidsverhoudingen op de private markt kennelijk als ‘normaal’, in tegenstelling tot de huidige rechtspositie van ambtenaren. Dit is op zijn minst opmerkelijk in het licht van de op stapel staande hervorming van het ontslagrecht. Er gaat dus nogal wat veranderen voor de (werkgever van) de ambtenaar. Nog een jaar genieten van de bijzondere status en dan normaal? Wij houden u op de hoogte.

JV, Leek, 27 februari 2014