Achtergronden Juridische actualiteiten

Pro-activiteit werkgever in verband met de Modernisering Ziektewet

Op 1 januari 2013 is de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters (BeZaVa) ingevoerd. Deze wet, die beter bekend staat als ‘Modernisering Ziektewet’, heeft als doel om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van werknemers die geen werkgever (meer) hebben te verminderen.

Op grond van de BeZaVa worden werkgevers per 1 januari 2014 verantwoordelijk voor flexwerkers die ziek worden, maar ook voor werknemers met een tijdelijk of vast dienstverband die ziek uit dienst gaan. Werkgevers worden eveneens verantwoordelijk voor werknemers die binnen vier weken na uitdiensttreding ziek worden en op dat moment geen andere werkgever hebben of een WW-uitkering ontvangen. Deze verantwoordelijkheid wordt uitgedrukt in een individuele gedifferentieerde premie die werkgevers gaan betalen voor de Ziektewet(ZW)- en WGA-uitkeringen van voormalig werknemers. De duur van het dienstverband is hierbij niet van belang.

Voor middelgrote en grote werkgevers is de te betalen gedifferentieerde premie geheel of gedeeltelijk afhankelijk van de aan de werkgever toegerekende instroom in de ZW en de WGA. Toerekening vindt plaats op basis van de eerste ziektedag. Ligt deze binnen het dienstverband of binnen vier weken na uitdiensttreding, dan is de uitkeringslast toe te rekenen aan de werkgever.

De modernisering van de Ziektewet kan grote financiele gevolgen hebben voor werkgevers. In theorie kan een werkgever tot twaalf jaar financieel verantwoordelijk worden gehouden voor de uitkering van ingestroomde ex-werknemers: twee jaar voor de doorberekening van de ZW-uitkering en tien jaar voor de doorberekening van een eventuele WGA-uitkering.

Doordat de instroom van ex-werknemers in de ZW en de WGA voor met name grote werkgevers van invloed is op de te betalen premie, is het van belang om te bevorderen dat een ziekte ex-werknemer zo spoedig mogelijk weer arbeidsgeschikt wordt. Een werkgever doet er daarom goed aan om pro-actief te handelen. Dit kan bijvoorbeeld door in een vaststellingsovereenkomst ter beeindiging van het dienstverband van een werknemer verplichtingen met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid na het einde van het dienstverband vast te leggen. Deze verplichtingen kunnen eveneens worden vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Dat geldt zowel voor de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, maar zeker voor de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Op deze wijze kan een werkgever mogelijk het herstel van een zieke ex-werknemer bevorderen en zo een gunstige invloed uitoefenen op de te betalen premie.

Een werkgever kan als belanghebbende bezwaar maken tegen zowel de beslissing van het UWV over de toekenning van de ZW- of WGA-uitkering aan een ex-werknemer als tegen de beslissing van de Belastingdienst tot vaststelling van de gedifferentieerde premie voor elk kalenderjaar waarin de uitkering in aanmerking is genomen voor de berekening van de hoogte van de premiecomponent. Het is derhalve van belang of het bezwaar zich richt tegen de toekenning van de uitkering en/of tegen de toerekening van de uitkeringslast aan de werkgever. Wij adviseren werkgevers om de desbetreffende beslissingen van het UWV en de Belastingdienst goed te controleren en zo nodig tijdig bezwaar aan te tekenen. Daarnaast is het van belang om van de ex-werknemer alle benodigde informatie te krijgen om het ziekteverloop te kunnen volgen en – indien mogelijk – te beinvloeden.

JV, Leek, 20 januari 2014