Achtergronden Juridische actualiteiten

Ontslag op staande voet wegens verduistering van € 24,-

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 27 augustus 2013 geoordeeld dat een werknemer van een parkeergarage die € 24,- verduisterd had, terecht op staande voet is ontslagen.

Feiten
De werknemer was sinds 2009 in de functie van ‘parking host’ werkzaam bij Q-Park. Q-Park ontving op 27 december 2012 een schriftelijke mededeling van een gebruiker van de parkeergarage over de weigering van een ‘parking host’ van een betaling van het verschuldigde bedrag van € 24,- met een creditcard en een door de ‘parking host’ verlangde contante betaling van dit bedrag in plaats daarvan. Naar aanleiding van deze mededeling heeft Q-Park een onderzoek ingesteld naar de gang van zaken op de desbetreffende datum (16 december 2012), onder meer door het bekijken van gemaakte video-opnamen. Op de video-opnamen is een contante betaling van een gebruiker van de parkeergarage aan de werknemer te zien. De werknemer heeft vervolgens de slagboom van een van de uitritten handmatig geopend ten behoeve van de gebruiker en heeft de contante betaling niet in het elektronisch logboek vastgelegd. Q-Park heeft op 28 december 2012 aangekondigd een gesprek te willen voeren met de werknemer en heeft de werknemer tijdens dit gesprek op 9 januari 2013 op staande voet ontslagen. De werknemer heeft in kort geding wedertewerkstelling en loondoorbetaling gevorderd. De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen, waarna de werknemer in hoger beroep is gegaan.

Onverwijldheid
Ten aanzien van de onverwijldheid van het ontslag oordeelt het hof dat het door Q-Park uitgevoerde onderzoek naar hetgeen zich feitelijk had voorgedaan noodzakelijk was. Daarnaast is niet gebleken dat Q-Park het onderzoek onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen. De onverwijldheid van het gegeven ontslag op staande voet wordt naar het oordeel van het hof niet anders doordat Q-Park tot 9 januari 2013 heeft gewacht met het geven van het ontslag, om haar bevindingen met de werknemer te kunnen bespreken, terwijl zij dit gesprek al op 28 december 2012 had aangekondigd. De onverwijldheid wordt eveneens niet anders doordat Q-Park de werknemer tot aan het gesprek zijn gebruikelijke werkzaamheden heeft laten verrichten.

Dringende reden
Op grond van hetgeen uit de video-opnamen is gebleken neemt het hof aan dat de werknemer een aan Q-Park toebehorend bedrag heeft verduisterd en daarbij de binnen Q-Park geldende procedure heeft overtreden. De gedraging van de werknemer vormt naar het oordeel van het hof, ongeacht de beperkte omvang van het ermee gemoeide bedrag, een zo wezenlijke inbreuk op de belangen van Q-Park en op het door Q-Park in de werknemer gestelde en van deze te verlangen vertrouwen dat niet op grond van de belangen en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer kan worden geoordeeld dat een dringende reden voor ontslag ontbreekt.

Conclusie
De onderhavige uitspraak bevestigt de lijn in rechtspraak waaruit blijkt dat bij ontslag wegens diefstal door werknemers, ook al gaat het om een zaak van weinig waarde of een klein bedrag, de gevolgen van het ontslag voor de werknemer niet opwegen tegen de ernst van de gedraging. Dit klemt temeer bij werknemers met een leidinggevende functie of een functie met veel vrijheid.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2013:2683

JV, Leek, 16 januari 2014